Belgische Brandregelgeving

De regelgeving inzake brandveiligheid is een ingewikkeld kluwen aan reglementeringen en normen, hoewel ook de Europese richtlijnen meer en meer ingeburgerd raken.

In België zijn de bevoegdheden betreffende de brandveiligheid verdeeld tussen de federale overheid, gewesten (Vlaanderen, Wallonië, Brussel), gemeenschappen (Nederlands, Frans en Duitstalige), provincies en lokaal niveau.

Het eerste niveau omvat de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten, die op gelijke voet staan:
De gewesten en gemeenschappen zijn bevoegd voor aangelegenheden die vaak persoonsgebonden zijn (zoals cultuur, onderwijs, welzijn,..) en aangelegenheden die plaatsgebonden zijn (zoals milieu, ruimtelijke ordening, …). Dientengevolge zijn zij dan ook ‘bevoegd tot het regelen van de specifieke veiligheidsaspecten’, dit wil zeggen door het toepassen, aanvullen en aanpassen van de nationale basisnormen, zonder deze fundamenteel te wijzigen.
Naast de specifieke regelgeving voor hotels, rusthuizen en serviceflats, kamers en studentenkamers, kinderdagverblijven, is VLAREM één van de belangrijkste Vlaamse regelgevingen waarin één en ander inzake brandveiligheid is terug te vinden.

Naast de bevoegdheden van de gewesten en gemeenschappen is ook de federale overheid nog bevoegd gebleven voor een aantal aangelegenheden. Zo is bijv. de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (FOD BZ) ‘bevoegd’ om Basisnormen op te maken, dit wil zeggen normen die gemeen zijn aan een categorie van constructies onafhankelijk welke de bestemming ervan is.

Het tweede niveau omvat de provincies – net als de burgemeester en schepenen heeft de Bestendige Deputatie in het kader van bouw- en milieuvergunningen de mogelijkheid om voorwaarden te verbinden aan de vergunningen die gericht zijn tot het verbeteren van de brandveiligheid.
De Provincieraad kan bovendien politie- en bouwverordeningen uitvaardigen.

Het derde niveau omvat de Burgemeester, College van Burgemeester en Schepenen, Gemeenteraad. De allereerste brandvoorkomingsreglementen waren gemeentelijke verordeningen en ook nu is deze gemeentelijke autonomie één van de hoekstenen van de brandvoorkoming. Zo kan de gemeenteraad politie- en bouwverordeningen uitvaardigen. De meerderheid van de Vlaamse gemeenten heeft politieverordeningen inzake brandveiligheid (bijv. voor lokalen met dansgelegenheid, studentenkamers, publieke toegankelijke inrichtingen, cafés,..).
Daarnaast kan het College van Burgemeester en Schepenen aan het verlenen van een bouw- of milieuvergunning voorwaarden verbinden die gericht zijn op het verbeteren van de brandveiligheid. Deze verbeteringen zijn dan meestal vervat in het brandpreventieverslag dat bij de respectievelijke vergunning is gevoegd. Deze kunnen verder gaan dan wat in de basisnormen is opgenomen.  

Belgische Basisnormen

De term ‘normen’ is een beetje misleidend, want het gaat hier niet over de regels van goed vakmanschap die te verkrijgen zijn bij het BIN (Belgisch Instituut voor Normalisatie), maar om een verplichte regelgeving die gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad.

Het KB basisnormen legt de minimale voorwaarden op voor het ontwerp, de bouw en de inrichting van nieuwe gebouwen om het ontstaan van brand te voorkomen, de veiligheid van de aanwezigen te waarborgen en de tussenkomst van de brandweer te vergemakkelijken. Het is van toepassing op alle nieuwe gebouwen die toegankelijk zijn voor het publiek. Niet opgenomen in het toepassingsgebied zijn :
- gebouwen die gerenoveerd worden;
- eengezinswoningen;
- lage gebouwen met een oppervlakte kleiner dan 100 m2 en met maximaal twee verdiepingen.

De regelgeving bestaat momenteel uit een basistekst, met o.a. het toepassingsgebied en de voorwaarden voor afwijking, en uit de technische specificaties die opgenomen zijn in de 6 bijlagen bij het Koninklijk Besluit.

• Bijlage 1 – Terminologie
• Bijlage 2 – Lage gebouwen
• Bijlage 3 – Middelhoge gebouwen
• Bijlage 4 – Hoge gebouwen
• Bijlage 5 – Reactie bij brand van de materialen
• Bijlage 6 – Industriële gebouwen

Het veiligheidsniveau zoals vastgelegd in de bijlagen, varieert voornamelijk in functie van de hoogte van het gebouw.

Eisen inzake de brandweerstand van constructies, worden voornamelijk vastgelegd in de Bijlagen 2, 3 en 4 ;

De "Basisnormen" moeten eveneens nog worden aangepast aan de Europese harmonisatie. De nieuwe classificatie van brandweerstand (REI) moet de Belgische classificatie vervangen (Rf). Volgens het KB van 13 juni 2007 worden de nieuwe Europese classificatiedocumenten reeds aanvaard naast de oude Belgische klasseringen volgens de norm NBN 713.020.

Bijlage 6
Met het KB van 1 maart 2009 werden de basisnormen ook van toepassing op nieuwe industriële gebouwen. Hiermee komt er een einde aan de onduidelijke situatie die ertoe leidde dat men in het verleden door het ontbreken van een officiële norm terugviel op de ontwerptekst of op verouderde regels.
Gevolg is ook dat de verschillende definities in Bijlage 1 “Terminologie” werden aangepast of aangevuld. Bovendien wijkt de structuur van Bijlage 6 af van de eerder verschenen bijlagen met betrekking tot gebouwen (Bijlagen 2,3 en 4 over lage, middelhoge en hoge gebouwen).
Bijlage 6 bevat normen voor nieuwe industriële gebouwen en uitbreidingen aan bestaande industriële gebouwen. De inhoud ervan is van toepassing op industriële gebouwen waarvoor een bouwvergunning afgeleverd wordt na 15 augustus 2009.

Sinds enkele jaren publiceert Rf-Technologies het praktisch werkinstrument ‘Handboek Basisnormen’ waarin de laatste stand van zaken betreffende de gepubliceerde Koninklijke en Ministeriële Besluiten telkens zijn opgenomen.
De laatste versie met inbegrip van Bijlage 6 kunt u steeds op aanvraag (via het contactformulier) verkrijgen of hier downloaden.


Download het Handboek hier