CR60-L500 - Installatie

Plaatsing op minimale afstanden van een andere brandklep of van een aanpalende wand/vloer

1
Principe
Volgens de Europese testnorm EN 1366-2 bedraagt de minimaal vereiste afstand tussen 2 brandkleppen 200 mm en tussen een brandklep en een andere (draag)constructie 75 mm. Enkel als de klep op een kortere afstand van andere elementen werd getest, dan mag ze ook zo geplaatst worden. Deze brandklep van Rf-Technologies werd met succes getest en mag geïnstalleerd worden op een kortere afstand dan het door de norm vastgelegde minimum, zowel in verticale wand als in vloer/plafond.
Voor ronde brandkleppen bedraagt de minimale afstand 30 mm.
2
Gecertificeerde oplossing
De gecertificeerde oplossing voor de Rf-t kleppen bestaat uit volgende elementen: A: Universele afdichting voor minimale afstanden; B: Afdichting volgens de reeds bestaande classificaties (zie Prestatieverklaring).
A. Afdichting van de opening aan de zijde met minimale afstanden t.o.v. een constructiedeel: harde steenwolplaten (150 kg/m³) over een diepte van 400 mm (150 mm aan elke zijde van de wand bij een wanddikte van 100 mm).
De oppervlakte van deze afdichting wordt bepaald tussen de centrale assen van de kleppen.
B. De overige afdichtingen kunnen worden uitgevoerd volgens de bestaande oplossingen (prestatieverklaring).
Deze afdichtingen zijn dus ook van toepassing voor ronde kleppen die dicht bij elkaar worden geplaatst (tussen 30 en 200 mm) maar op meer dan 75 mm afstand van een constructiedeel.
De informatie voor elke combinatie wand / afdichting wordt gedetailleerd in de desbetreffende titel van deze handleiding.
3
Beperkingen
De asrichting van het klepblad is beperkt in een verticale wand: de klep mag geplaatst worden met as horizontaal of tot maximaal 45°.
Er mogen maximaal 3 ronde kleppen naast elkaar op een minimale afstand geïnstalleerd worden, zowel verticaal als horizontaal (met een cluster van maximaal 4 kleppen).
Opmerking: bij het afdichten met brandwerende steenwolplaten is het maximale aantal kleppen ook afhankelijk van de maximale oppervlakte toegestaan voor het geselecteerde afdichtingsmateriaal. Voor deze informatie verwijzen wij u naar de instructies van de fabrikant.

Plaatsing in massieve wand en vloer

Het product werd getest en goedgekeurd in:
  • Cellenbeton ≥ 100 mm | EI 90 (ve i o) S - (500 Pa) | Mortel / Gips | CR60 | Installatiemethode: ingebouwd, 0-360°. Minimum afstand toegestaan met as tot 45°. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
  • Cellenbeton ≥ 100 mm | EI 90 (ho i o) S - (500 Pa) | Mortel | CR60 | Installatiemethode: ingebouwd, 0-360°. Minimum afstand toegestaan. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
3
De brandkleppen mogen geïnstalleerd worden op een kortere afstand (≥ 30 mm) van een wand of van een andere klep.
4
Voorzie in de wand de nodige openingen (Dn + 80 mm).
5
Installeer de brandkleppen in de opening.
Dicht de opening aan de zijde met minimale afstanden af met harde steenwolplaten (150 kg/m³) over een diepte van 400 mm (150 mm aan elke zijde van de wand).
De oppervlakte van deze afdichting wordt bepaald tussen de centrale assen van de kleppen.
Opgelet: de opening wordt afgedicht volgens de bestaande classificatie (zie het volgende punt) in het geval dat: - Twee brandkleppen worden geplaatst op minimale afstand van elkaar, maar op een standaard afstand van de wand/vloer. - Één enkele brandklep wordt geplaatst op minimale afstand (≤ 75 mm) van een wand of vloer.
6
Dicht de resterende opening af met standaard mortel of gips (enkel voor verticale wanden).

Plaatsing in flexibele wand (metal stud en gipskartonplaten)

Het product werd getest en goedgekeurd in:
  • Metal stud gipsplatenwand Type A (EN 520) ≥ 100 mm | EI 60 (ve i o) S - (500 Pa) | Steenwol ≥ 40 kg/m³ + afdekplaten | CR60 | Installatiemethode: ingebouwd, 0-360°. Minimum afstand toegestaan met as tot 45°. | Ø 100-125-150-160-180-200-250 mm
5
De brandkleppen mogen geïnstalleerd worden op een kortere afstand (≥ 30 mm) van een wand of van een andere klep.
6
Monteer de lichte wand en voorzie horizontale en verticale studs waar nodig rond de opening.
In de opening rond de kleppen (Dn + 50 mm) wordt de ruimte tussen de gipskartonnen platen gevuld met steenwol met een minimale dichtheid van 40 kg/m³.
7
Installeer de brandkleppen in de opening.
Dicht de opening aan de zijde met minimale afstanden af met harde steenwolplaten (150 kg/m³) over een diepte van 400 mm (150 mm aan elke zijde van de wand).
De oppervlakte van deze afdichting wordt bepaald tussen de centrale assen van de kleppen.
Opgelet: de opening wordt afgedicht volgens de bestaande classificatie (zie het volgende punt) in het geval dat: - Twee brandkleppen worden geplaatst op minimale afstand van elkaar, maar op een standaard afstand van de wand/vloer. - Één enkele brandklep wordt geplaatst op minimale afstand (≤ 75 mm) van een wand of vloer.
8
Dicht de resterende opening af met standaard steenwol met een minimale dichtheid van 40 kg/m³ over de hele wanddikte.
9
Werk af met afdekplaatjes aan de 2 zijden van de wand.
Voeg de openingen tussen de afdekplaatjes en tussen afdekplaten en gipskartonnen platen met jointfiller.

Plaatsing in flexibele wand (metal stud en gipskartonplaten), afdichting met gips

Het product werd getest en goedgekeurd in:
  • Metal stud gipsplatenwand Type A (EN 520) ≥ 100 mm | EI 60 (ve i o) S - (500 Pa) | Gips | CR60 | Installatiemethode: ingebouwd, 0-360°. Minimum afstand toegestaan met as tot 45°. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
  • Metal stud gipsplatenwand Type F (EN 520) ≥ 100 mm | EI 90 (ve i o) S - (500 Pa) | Gips | CR60 | Installatiemethode: ingebouwd, 0-360°. Minimum afstand toegestaan met as tot 45°. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
3
De brandkleppen mogen geïnstalleerd worden op een kortere afstand (≥ 30 mm) van een wand of van een andere klep.
4
Monteer de lichte wand en voorzie horizontale en verticale studs waar nodig rond de opening.
In de opening rond de kleppen wordt de ruimte tussen de gipskartonnen platen deels (tot Dn + 40 mm) gevuld met steenwol met een minimale dichtheid van 40 kg/m³.
5
Installeer de brandkleppen in de opening.
Dicht de opening aan de zijde met minimale afstanden af met harde steenwolplaten (150 kg/m³) over een diepte van 400 mm (150 mm aan elke zijde van de wand).
De oppervlakte van deze afdichting wordt bepaald tussen de centrale assen van de kleppen.
Opgelet: de opening wordt afgedicht volgens de bestaande classificatie (zie het volgende punt) in het geval dat: - Twee brandkleppen worden geplaatst op minimale afstand van elkaar, maar op een standaard afstand van de wand/vloer. - Één enkele brandklep wordt geplaatst op minimale afstand (≤ 75 mm) van een wand of vloer.
6
Dicht de resterende opening (40 mm) af met standaard gips over de hele wanddikte.

Plaatsing in gipsblokkenwand

Het product werd getest en goedgekeurd in:
  • Gipsblokken ≥ 70 mm | EI 90 (ve i o) S - (500 Pa) | Blokkenlijm | CR60 | Installatiemethode: ingebouwd, 0-360°. Minimum afstand toegestaan met as tot 45°. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
3
De brandkleppen mogen geïnstalleerd worden op een kortere afstand van een wand of van een andere klep.
4
Voorzie in de wand de nodige openingen (Dn + 80 mm).
5
Installeer de brandkleppen in de opening.
Dicht de opening aan de zijde met minimale afstanden af met harde steenwolplaten (150 kg/m³) over een diepte van 400 mm (150 mm aan elke zijde van de wand).
De oppervlakte van deze afdichting wordt bepaald tussen de centrale assen van de kleppen.
Opgelet: de opening wordt afgedicht volgens de bestaande classificatie (zie het volgende punt) in het geval dat: - Twee brandkleppen worden geplaatst op minimale afstand van elkaar, maar op een standaard afstand van de wand/vloer. - Één enkele brandklep wordt geplaatst op minimale afstand (≤ 75 mm) van een wand of vloer.
6
Dicht de resterende opening (40 mm) af met blokkenlijm over de hele wanddikte.

Plaatsing in flexibele en massieve wand, afdichting met harde steenwolplaten met coating

Het product werd getest en goedgekeurd in:
  • Cellenbeton ≥ 100 mm | EI 90 (ve i o) S - (300 Pa) | Gecoate steenwol + coating ≥ 140 kg/m³ | CR60 | Installatiemethode: ingebouwd, 0-360°. Minimum afstand toegestaan met as tot 45°. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
  • Metal stud gipsplatenwand Type A (EN 520) ≥ 100 mm | EI 60 (ve i o) S - (300 Pa) | Gecoate steenwol + coating ≥ 140 kg/m³ | CR60 | Installatiemethode: ingebouwd, 0-360°. Minimum afstand toegestaan met as tot 45°. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
  • Metal stud gipsplatenwand Type F (EN 520) ≥ 100 mm | EI 90 (ve i o) S - (300 Pa) | Gecoate steenwol + coating ≥ 140 kg/m³ | CR60 | Installatiemethode: ingebouwd, 0-360°. Minimum afstand toegestaan met as tot 45°. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
3
De opening rond de klep wordt afgedicht met 2 harde steenwolplaten van 50 mm die eenzijdig voorzien zijn van 1 mm brandwerende coating (type PROMASTOP-CB 50 / PROMASTOP-CB/CC 50 / HILTI CFS-CT B).
5
Deze platen moeten geschrankt geplaatst worden en de voegen moeten rondom rond bedekt worden met vulpasta (type PROMASTOP-E / PROMASTOP-CC / HILTI CFS-S-ACR).
8
De brandklep moet niet centraal in de opening (met maximale afmetingen brandklep + 600 mm) geplaatst worden. De afstand tussen de brandklep en de rand van de opening is maximaal 400 mm.
9
De brandkleppen mogen geïnstalleerd worden op een kortere afstand (≥ 30 mm) van een wand of van een andere klep.
11
Monteer de lichte wand en voorzie horizontale en verticale studs waar nodig rond de opening.
Installeer de brandkleppen in de opening.
12
Dicht de opening aan de zijde met minimale afstanden af met harde steenwolplaten (150 kg/m³) over een diepte van 400 mm (150 mm aan elke zijde van de wand).
De oppervlakte van deze afdichting wordt bepaald tussen de centrale assen van de kleppen.
Opgelet: de opening wordt afgedicht volgens de bestaande classificatie (zie het volgende punt) in het geval dat: - Twee brandkleppen worden geplaatst op minimale afstand van elkaar, maar op een standaard afstand van de wand/vloer. - Één enkele brandklep wordt geplaatst op minimale afstand (≤ 75 mm) van een wand of vloer.
13
Dicht de resterende opening af met 2 lagen gecoate harde steenwolplaten van 50 mm (zie hierboven).

Plaatsing in massieve vloer, afdichting met harde steenwolplaten met coating

Het product werd getest en goedgekeurd in:
  • Cellenbeton ≥ 150 mm | EI 90 (ho i o) S - (300 Pa) | Gecoate steenwol + coating ≥ 140 kg/m³ | CR60 | Installatiemethode: ingebouwd, 0-360°. Minimum afstand toegestaan. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
3
De opening rond de klep wordt afgedicht met 2 harde steenwolplaten van 50 mm die eenzijdig voorzien zijn van 1 mm brandwerende coating (type PROMASTOP-CB 50 / PROMASTOP-CB/CC 50 / HILTI CFS-CT B).
5
Deze platen moeten geschrankt geplaatst worden en de voegen moeten rondom rond bedekt worden met vulpasta (type PROMASTOP-E / PROMASTOP-CC / HILTI CFS-S-ACR).
8
De brandklep moet niet centraal in de opening (met maximale afmetingen brandklep + 600 mm) geplaatst worden. De afstand tussen de brandklep en de rand van de opening is maximaal 400 mm.
9
De brandkleppen mogen geïnstalleerd worden op een kortere afstand (≥ 30 mm) van een wand of van een andere klep.
10
Zie uitleg onder 'Plaatsing in flexibele en massieve wand, afdichting met harde steenwolplaten met coating'

Plaatsing in massieve wand met opbouwschelp 1s

Het product werd getest en goedgekeurd in:
  • Cellenbeton Niet van toepassing EI 60 (ve i n o) S - (500 Pa) Massieve wand Cellenbeton ≥ 100 mm | EI 60 (ve i o) S - (500 Pa) | Niet van toepassing | CR60 | Installatiemethode: opbouw, 0/180° (500 Pa), 0-360° (300 Pa). Minimum afstand toegestaan met as tot 45°. | CR60+CR-1s/-1s Ø 100-125-160-200-250-315 mm
  • Cellenbeton Niet van toepassing EI 60 (ho i n o) S - (500 Pa) Massieve vloer Cellenbeton ≥ 100 mm | EI 60 (ho i o) S - (500 Pa) | Niet van toepassing | CR60 | Installatiemethode: opbouw, 0/180° (500 Pa), 0-360° (300 Pa). Minimum afstand toegestaan met as tot 45°. | CR60+CR-1s/-1s Ø 100-125-160-200-250-315 mm
  • Cellenbeton Niet van toepassing EI 90 (ho i g o) S - (500 Pa) Massieve vloer Cellenbeton ≥ 100 mm | EI 90 (ho i o) S - (500 Pa) | Niet van toepassing | CR60 | Installatiemethode: opbouw, 0/180° (500 Pa), 0-360° (300 Pa). Minimum afstand toegestaan met as tot 45°. | CR60+CR-1s/-1s Ø 100-125-160-200-250-315 mm
5
De brandkleppen mogen geïnstalleerd worden op een kortere afstand van een wand of van een andere klep.

Plaatsing in flexibele wand met opbouwschelp 1s

Het product werd getest en goedgekeurd in:
  • Metal stud gipsplatenwand Type A (EN 520) Niet van toepassing EI 60 (ve i n o) S - (500 Pa) Flexibele wand Metal stud gipsplatenwand Type A (EN 520) ≥ 100 - ≤ 125 mm | EI 60 (ve i o) S - (500 Pa) | Niet van toepassing | CR60 | Installatiemethode: opbouw, 0/180° (500 Pa), 0-360° (300 Pa). Minimum afstand toegestaan met as tot 45°. | CR60+CR-1s/-1s Ø 100-125-160-200-250-315 mm
6
De brandkleppen mogen geïnstalleerd worden op een kortere afstand van een wand of van een andere klep.

Plaatsing in flexibele schachtwand met opbouwschelp 1s

Het product werd getest en goedgekeurd in:
  • Metal stud gipsplatenwand Type F (EN 520) Niet van toepassing EI 60 (ve i n o) S - (500 Pa) Asymmetrische flexibele wand (schachtwand) Metal stud gipsplatenwand Type F (EN 520) ≥ 80 mm | EI 60 (ve i o) S - (500 Pa) | Niet van toepassing | CR60 | Installatiemethode: opbouw, 0/180° (500 Pa), 0-360° (300 Pa). Minimum afstand toegestaan met as tot 45°. | CR60+CR-1s/-1s Ø 100-125-160-200-250-315 mm
6
De brandkleppen mogen geïnstalleerd worden op een kortere afstand van een wand of van een andere klep.

Plaatsing op afstand van de wand, afdichting en isolatie met harde steenwolplaten met coating

Het product werd getest en goedgekeurd in:
  • Cellenbeton ≥ 100 mm | EI 60 (ve i o) S - (300 Pa) | Gegalvaniseerd kanaal + gecoate steenwol ≥ 150 kg/m³ 1x60 mm | CR60 | Installatiemethode: montage op afstand, 0/180°. Minimum afstand toegestaan. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
  • Cellenbeton ≥ 100 mm | EI 90 (ve i o) S - (300 Pa) | Gegalvaniseerd kanaal + gecoate steenwol ≥ 140 kg/m³ 2x50 mm | CR60 | Installatiemethode: montage op afstand, 0/180°. Minimum afstand toegestaan. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
  • Metal stud gipsplatenwand Type F (EN 520) ≥ 100 mm | EI 90 (ve i o) S - (300 Pa) | Gegalvaniseerd kanaal + gecoate steenwol ≥ 140 kg/m³ 2x50 mm | CR60 | Installatiemethode: montage op afstand, 0/180°. Minimum afstand toegestaan. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
  • Metal stud gipsplatenwand Type A (EN 520) ≥ 100 mm | EI 60 (ve i o) S - (300 Pa) | Gegalvaniseerd kanaal + gecoate steenwol ≥ 150 kg/m³ 1x60 mm | CR60 | Installatiemethode: montage op afstand, 0/180°. Minimum afstand toegestaan. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
3
In de wand wordt een opening met maximale afmetingen « A » voorzien.
Voor een lichte wand dient de wand opgebouwd te worden volgens « Plaatsing in flexibele en massieve wand – afdichting met brandwerende steenwolplaten » hier voorafgaand.
4
De brandklep wordt op afstand gemonteerd tussen een metalen kanaal. De brandklep wordt ondersteund door een klembeugel in dezelfde diameter van de brandklep, vastgehouden door draadstangen « C » . Het kanaal wordt elke 1500 mm ondersteund.
De ophanging bestaat uit draadstangen « C » en stalen U-profielen « D ». Er is een afstand van ongeveer 25 mm tussen de draadstangen en de verticale wanden van de omkasting uit gecoate steenwol platen « B ».
5
De opening rond het kanaal in de wand wordt afgedicht met gecoate steenwol platen type Promastop CB(/CC) / Hilti CFS-CT B « G ». De randen worden afgedicht met PROMASTOP E / PROMASTOP CC / HILTI CFS-S ACR coating waardoor de platen vast zitten.
6
Het kanaal wordt over zijn gehele lengte voorzien van gecoate steenwol platen type Promastop CB(/CC) / Hilti CFS-CT B « G ». Om de platen te bevestigen aan het kanaal worden ze aan één kant voorzien van brandwerende vulpasta en bevestigd met bouten en rondellen « E ».
De tunnel van de klep wordt ook beschermd met gecoate steenwol platen type Promastop CB(/CC) / Hilti CFS-CT B « G » over een lengte van 171 mm. Er dient een vrije ruimte voorzien te worden ter hoogte van het mechanisme om toegang hiertoe te garanderen.
De randen tussen de platen, tussen de wand en de platen, als ook de bouten en rondellen worden voorzien van een coating type PROMASTOP E / PROMASTOP CC / HILTI CFS-S ACR.
7
De openingen tussen de tunnel van de brandklep en de gecoate steenwol platen worden opgevuld met gecoate steenwol platen type Promastop CB(/CC) / Hilti CFS-CT B « G » voorzien van PROMASTOP E / PROMASTOP CC / HILTI CFS-S ACR.
8
De brandkleppen mogen geïnstalleerd worden op een kortere afstand van een wand of van een andere klep.
10
Dicht de opening aan de zijde met minimale afstanden af met harde steenwolplaten (150 kg/m³) over een diepte van 250 mm (dikte van de wand + 150 mm aan de achterkant van de wand).
Wanneer de afstand tussen de klep en de wand groter is dan 75 mm (het kanaal wordt bijvoorbeeld geïsoleerd met 2 x 50 mm Promastop CB50 (CC) of Hilti CFS-CT B), wordt de afdichting van de opening tussen klep en wand uitgevoerd volgens de reeds bestaande classificaties. De generieke oplossing is dus niet van toepassing in dit geval.
13
Dicht de ruimte aan de zijde met minimale afstanden af met harde steenwolplaten (150 kg/m³) over een diepte van 150 mm.

Plaatsing op afstand van de wand, afdichting met mortel en isolatie met harde steenwolplaten met coating

Het product werd getest en goedgekeurd in:
  • Cellenbeton ≥ 100 mm | EI 90 (ve i o) S - (300 Pa) | Gegalvaniseerd kanaal + gecoate steenwol ≥ 140 kg/m³ 2x50 mm+ mortel | CR60 | Installatiemethode: montage op afstand, 0/180°. Minimum afstand toegestaan. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
3
In de wand wordt een opening met maximale afmetingen « A » voorzien.
4
De brandklep wordt op afstand gemonteerd tussen een metalen kanaal. De brandklep wordt ondersteund door een klembeugel in dezelfde diameter van de brandklep, vastgehouden door draadstangen « C » . Het kanaal wordt elke 1500 mm ondersteund.
De ophanging bestaat uit draadstangen « C » en stalen U-profielen « D ». Er is een afstand van ongeveer 25 mm tussen de draadstangen en de verticale wanden van de omkasting uit gecoate steenwol platen « B ».
5
De opening rond het kanaal in de wand wordt afgedicht met standaard mortel.
6
Het kanaal wordt over zijn gehele lengte voorzien van gecoate steenwol platen type Promastop CB(/CC) / Hilti CFS-CT B « G ». Om de platen te bevestigen aan het kanaal worden ze aan één kant voorzien van brandwerende vulpasta en bevestigd met bouten en rondellen « E ».
De tunnel van de klep wordt ook beschermd met gecoate steenwol platen type Promastop CB(/CC) / Hilti CFS-CT B « G » over een lengte van 171 mm. Er dient een vrije ruimte voorzien te worden ter hoogte van het mechanisme om toegang hiertoe te garanderen.
De randen tussen de platen, tussen de wand en de platen, als ook de bouten en rondellen worden voorzien van een coating type PROMASTOP E / PROMASTOP CC / HILTI CFS-S ACR.
7
De openingen tussen de tunnel van de brandklep en de gecoate steenwol platen worden opgevuld met gecoate steenwol platen type Promastop CB(/CC) / Hilti CFS-CT B « G » voorzien van PROMASTOP E / PROMASTOP CC / HILTI CFS-S ACR.

Plaatsing op afstand van de wand + GEOFLAM

Het product werd getest en goedgekeurd in:
  • Cellenbeton ≥ 100 mm | EI 90 (ve i o) S - (500 Pa) | Gegalvaniseerd kanaal + GEOFLAM® F 45 mm + mortel | CR60 | Installatiemethode: montage op afstand, 0/180°. Minimum afstand toegestaan. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
  • Cellenbeton ≥ 100 mm | EI 90 (ve i o) S - (500 Pa) | Gegalvaniseerd kanaal + GEOFLAM® Light 35 mm + mortel | CR60 | Installatiemethode: montage op afstand, 0/180°. Minimum afstand toegestaan. | Ø 100-125-150-160-180-200-250-300-315 mm
3
In de wand wordt een opening met maximale afmetingen « A » voorzien.
4
De brandklep wordt op afstand gemonteerd tussen een metalen kanaal. Het kanaal wordt elke 1000 mm ondersteund.
De ophanging bestaat uit draadstangen « C » en stalen U-profielen « D ». Er is een afstand van ongeveer 25 mm tussen de draadstangen en de verticale wanden van de omkasting « B ».
5
De opening rond het kanaal in de wand wordt afgedicht met standaard mortel. Het kanaal wordt over zijn gehele lengte voorzien van staff platen type GEOFLAM F met dikte 45 mm of GEOFLAM Light met dikte 35 mm « G ».
De platen worden afgedicht met lijm en plaaster met vezels « E ». De tunnel van de klep wordt ook beschermd over een lengte van 171 mm.
6
De bescherming in staff GEOFLAM F / GEOFLAM Light stopt op 20 mm van de muur. De vrije ruimte tussen de muur en de omkasting uit staff wordt opgevuld met plaaster en vezels.
Deze opvulling wordt ook toegepast op de scheiding tussen de omkasting en de tunnel van de brandklep.
7
De draadstangen worden beschermd door ½ schelpen uit staff Ø 90 mm en bevestigd tussen hun door lijm en plaaster met vezels.
De profielen worden beschermd door een beschermend U-profiel uit GEOFLAM van 100 x 60 mm, gelijmd aan de onderzijde van de omkasting met lijmplaaster GEOCOL (GEOSTAFF).
8
De brandkleppen mogen geïnstalleerd worden op een kortere afstand van een wand of van een andere klep.
10
Dicht de opening aan de zijde met minimale afstanden af met harde steenwolplaten (150 kg/m³) over een diepte van 250 mm (dikte van de wand + 150 mm aan de achterkant van de wand).
13
Dicht de ruimte aan de zijde met minimale afstanden af met harde steenwolplaten (150 kg/m³) over een diepte van 150 mm.

Inspectie van de klep

1
Verwijder het luchtdichte afsluitstuk van de klep.
2
Breng de endoscoop camera (bijvoorbeeld Inspecam Rf-t) in de opening en controleer de binnenzijde van de klep.
3
Plaats na inspectie het afsluitstuk correct terug op zijn plaats. De juiste positie is belangrijk voor het behoud van de luchtdichtheid van de klep.

Algemene opmerkingen

  • De plaatsing dient steeds te gebeuren conform het installatievoorschrift geleverd bij het product en het classificatierapport.
  • As oriëntatie: zie prestatieverklaring.
  • Vermijd obstructie van aansluitende kanalen.
  • Inbouw van het product: altijd met gesloten klepblad.
  • Kijk na of het klepblad vrij kan bewegen.
  • Bij montage dienen de veiligheidsafstanden t.o.v. andere constructie-elementen gerespecteerd te worden. Het bedieningsmechanisme moet ook toegankelijk zijn: voorzie een speling van 200 mm rond de behuizing.
  • De klasse van luchtdichtheid blijft behouden indien de installatie van de brandklep gebeurt conform de installatievoorschriften
  • Rf-t brandkleppen worden steeds getest in gestandaardiseerde draagconstructies volgens EN 1366-2. De behaalde resultaten gelden voor gelijksoortige draagconstructies met een brandweerstand, dikte en dichtheid gelijk aan of groter dan de draagconstructie van de test.
  • De klep moet bereikbaar zijn voor inspectie en onderhoud.
  • Minstens 2 visuele controles per jaar zijn aangewezen.