Veel gestelde vragen

Brandveiligheid

Bestaan er Belgische richtlijnen voor brandpreventie en waar kan ik die vinden?

De Belgische wet heeft Basisnormen ter brandpreventie opgesteld, die uit verschillende wetteksten bestaan. Vaak is het interpreteren en consulteren van deze teksten niet evident. Daarom heeft Rf-Technologies alle wetteksten omtrent deze materie gebundeld in een handboek, dat u kan vinden onder "locale wetgeving > België" in de rubriek "Brandveiligheid". 

De Belgische basisnormen werden in 2012 aangepast: wanneer moet ik een brandklep installeren en wanneer mag ik een vlinderklep (type SC+) installeren?

Volgens artikel 6.7.4.2 van de huidige bijlagen 2/1, 3/1 en 4/1 van de basisnormen zijn de voorwaarden vervallen die er vroeger voor zorgden dat een brandklep type A niet zomaar door een vlinderklep type SC+ mocht vervangen worden. CE markering is verplicht sinds 1 september 2012 en de SC+ vlinderkleppen zijn CE gemarkeerd. De bijkomende voorwaarden (onder andere omtrent een extern mechanisme en de aanduiding van de positie van het klepblad), zijn niet meer van toepassing. Het zou dus denkbaar zijn om een SC+ vlinderklep te installeren tot diameter 200mm in plaats van een brandklep (type A). 

Dit is echter een letterlijke interpretatie van de wettekst. In elk geval primeert de functionaliteit van de brandwerende oplossing in het ventilatiesysteem. Aangezien er op een SC+ geen extern mechanisme aanwezig is, moet een controle mogelijk blijven en moet het smeltlood toegankelijk blijven. Artikel 6.7.4.3. van de aangegeven bijlagen voorziet trouwens dat er een gemakkelijk bereikbaar inspectieluik moet geplaatst worden op de klepkast of op de koker in de onmiddellijke nabijheid van de klep. Daarom worden vlinderkleppen gebruikelijk op het einde van een kanaal geplaatst (in een muur of een plafond waar een kanaal eindigt). Rf-t raadt aan om in andere situaties een ronde brandklep (type CR60 en CR120) te plaatsen. Deze brandkleppen bieden bovendien 2 keer minder drukverlies voor dezelfde diameters. 

Verder voorziet artikel 6.7.3.2 c) nog steeds een uitzondering voor het verplicht plaatsen van een brandklep of het isoleren van het kanaal. De uitzondering geldt wanneer de doorsnede van de doorgang niet groter is dan 130 cm² en het kanaal uitgerust is met “een inrichting” die de doorgang bij brand brandwerend afsluit. Deze uitzondering wordt ingevuld door vlinderkleppen type SC+. In geen geval kunnen brandwerende roosters of manchetten geïnstalleerd worden in de plaats van een brandklep. Deze 2 product categorieën worden niet getest volgens de norm EN 1366-2 en mogen daarom nooit toegepast worden in een mechanisch ventilatiesysteem.

Mag ik gebruik maken van een flexibele aansluiting tussen een Rf-t brandklep en een kanaal en wanneer is het aanbevolen?

De Rf-t brandkleppen zijn getest volgens de Europese norm EN 1366-2. Deze norm bepaalt het testprogramma en de voorwaarden om de brandweerstand voor een bepaalde tijdspanne (30, 60, 90, 120', ...) bij een specifieke negatieve druk (300, 500, 1500 Pa) te meten. Hetzelfde geldt voor elk onderdeel van een HVAC-systeem. Deze aanpak heeft als doel om de prestaties van elke component in het systeem te controleren op basis van parameters die eigen zijn aan dat onderdeel. Kanalen bijvoorbeeld worden getest overeenkomstig EN 1366-1

De interactie tussen de verschillende componenten is niet gedekt door de Europese normen. Dit wordt geregeld door lokale beste praktijken of richtlijnen. Een flexibele aansluiting tussen een klep en een kanaal is een dergelijk element van interactie dat niet is opgenomen in de test opstelling voor een brandklep. 

Een flexibele aansluiting kan nuttig zijn om brandkleppen in flexibele wanden te installeren: bij brand zal een metal stud wand gemakkelijk buigen en een starre aansluiting zou kunnen inwerken op de correcte afdichting van de brandklep. Voor een klep in een betonnen wand met mortel afdichting daarentegen is een flexibele aansluiting minder zinvol omdat deze wand weinig risico heeft om te vervormen. 

hier tijdens de testen voor kiest, mag de geteste klep vervolgens nooit zonder deze flexibele aansluiting geplaatst worden. Anders is de installatie niet conform aan de classificaties en Prestatieverklaring. 

Indien een brandklep zonder flexibele aansluiting wordt getest integendeel, heeft het studiebureau (of de installateur) de vrijheid om een flexibele aansluiting voor te schrijven (resp. toe te passen) voor specifieke situaties waar het veiliger wordt geacht (namelijk metal stud wanden). Dit is het geval voor Rf-t brandkleppen.

Moeten brandwerende kleppen van het type B in België aangesloten worden met brandvrije kabels (F3)?

Neen. Onder brandwerende kleppen van het type B worden immers brandkleppen met servomotoren verstaan, waarbij de klep bij het onderbreken van de voedingsspanning wordt gesloten. 
In geval van het doorbranden van de kabels, wordt de voedingsspanning onderbroken en wordt de klep gesloten.

Wanneer is het gebruik van een brandklep verplicht in België ?

In België is het gebruik van een brandwerende klep vereist waar een ventilatiekanaal (ongeacht welke afmetingen) een compartimentswand doorkruist
De vlinderkleppen van Rf-Technologies voldoen ook aan de Belgische richtlijnen, in al hun beschikbare diameters, indien er geen branddetectiecentrale aanwezig is.

Wanneer is het gebruik van een brandwerende manchet verplicht in België?

In België is het gebruik van een brandwerende manchet voor enkelvoudige doorvoeringen vereist voor brandbare leidingen met een diameter groter dan 50 mm. Voor leidingen met een diameter tot 50 mm mag de sparing afgedicht worden met gewone mortel. 

Voor meervoudige doorvoeringen is altijd een manchet vereist, ook bij leidingen kleiner dan 50mm diameter. Een meervoudige doorvoering bestaat uit een doorvoering met meerdere technieken waarbij de maat van de grootste van de 2 technieken niet tussen de 2 technieken kan. Bijvoorbeeld: 2 leidingen van 100 mm en 50 mm worden op een afstand van 75 mm van elkaar geplaatst. In dat geval moeten beide leidingen met een brandwerende manchet uitgerust worden want de tussenafstand is kleiner dan de grootste maat van de technieken. 

Meer informatie kan u vinden in het handboek basisnormen, bijlage 7.

Wat houdt de Belgische indeling in A, B en C voor brandwerende kleppen juist in?

De Belgische Basisnormen voor Preventie van Brand en Ontploffing onderscheidt drie bedieningstypes voor brandwerende kleppe
Type A: 
voor het sluiten van de klep wordt voorzien in:

  • ofwel een thermische detector. De klep sluit automatisch wanneer de temperatuur van de doorstromende lucht de grenswaarde overschrijdt. Het sluiten gebeurt door het smelten van één of meer smeltzekeringen bij een temperatuur gelegen tussen 80 en 100 °C als de detectie in het kanaal geschiedt.
  • ofwel een rookdetector. De klep sluit automatisch wanneer er rook gedetecteerd wordt in het kanaal.
  • ofwel beide voornoemde detectoren
  • Type B: de klep kan gesloten worden door afstandsbediening door middel van een systeem met positieve veiligheid. Ze is tevens uitgerust met een thermische detectie die de klep bijkomend automatisch doet sluiten onder de voorwaarden vermeld voor de klep A.

    Type C: de klep is normaal gesloten maar kan geopend en gesloten worden door afstandsbediening door middel van een systeem met positieve veiligheid. Dit type is enkel van toepassing in ontrokingsinstallaties zie 6.9, "Aëraulische installaties voor rookafvoer zijn van bijlage 4/1 Hoge gebouwen". Het sluiten (of openen voor kleppen type C) geschiedt door een systeem dat geen externe energie vraagt.

    Wat houdt EI60S in?

    • Brandweerstand: De brandweerstand van een product wordt gemeten in tijd (minuten afgekort door 60’ = 60 minuten).
    • E staat voor ‘integrity of integriteit 
      Ook vlamdichtheid ; komt overeen met de tijd dat zich geen vlammen aan de niet-blootgestelde zijde van de wand verspreiden (voor scheidingswanden) 
      In een bouwelement mogen geen openingen voorkomen, zoals barsten, scheuren, opengaande voegen, …, waardoor een vrij groot debiet aan rookgassen zou kunnen doordringen en brand veroorzaken.
    • I staat voor ‘insulation’ of thermische isolatie 
      Het criterium thermische isolatie beperkt de toegelaten temperatuursstijging van de van de oven afgekeerde zijde van het te testen element
    • S staat voor ‘Smoke leakage’ of rookdoorlatendheidTijdens de brandproef wordt de rooklekkage gemeten langs de doorvoering, deze moet tevens beperkt zijn anders zouden de ontsnappende rookgassen aanleiding kunnen geven tot uitbreiding van de brand.

    Wat is het verschil tussen een classificatie- en een testrapport?

    Testrapporten van brandwerende producten zijn vrij gespecialiseerd en uitvoerig, waardoor het voor leken niet evident is ze met een kritisch en vakkundig oog te lezen. Daarom heeft Europa een uniforme structuur uitgewerkt: het classificatierapport.

    Het classificatierapport doet uitspraak over de kwaliteit van een brandwerende doorvoering in een wand. Daarnaast is het een afspraak tussen laboratoria om het verslag van testen op brandwerendheid op één uniforme manier op te maken. Het classificatierapport wordt bovendien enkel opgesteld als de testen geslaagd zijn. Dit in tegenstelling tot testrapporten, die slechts een feitelijk verslag zijn van de uitgevoerde testen, zonder zich over het resultaat uit te spreken.

    Kortom het classificatierapport is een veel leesbaarder document dan testrapporten die niet zelden meer dan 50 pagina’s tellen. Rf-Technologies streeft naar Europese classificatiedocumenten voor al haar producten.

    Welke keuringsinstellingen zijn er in België en Nederland?

    België

    ANPI 

    Parc Scientifique Fleming
    Rue Granbonpré 1
    1348 Louvain–la-Neuve
    Tel 010 47 52 11
    Fax fax 010 47 52 70
    www.anpi.be

    specialist in keuringen, controles, opmetingen en nazichten op gebied van brand- en diefstalpreventie en –beveiliging :
    - keuring ter plaatse van installaties voor beveiliging tegen brand en binnendringing
    - periodieke inspecties van installaties voor beveiliging tegen brand en binnendringing
    - gepersonaliseerde auditopdrachten en informatiebezoeken op het gebied van beveiliging tegen brand en binnendringing 

    Seco
    Aarlenstraat 53
    1040 - Brussel België
    Tel +32(0) 2 238 22 11
    Fax +32(0) 2 238 22 61
    Email mail@seco.be Voor RWA-installaties 

    Nederland :
    Vereniging Bouw en woningtoezicht Nederland
    t.a.v. algemeen secretariaat
    Postbus 416
    6710 BK Ede
    Bezoekadres: Julianalaan 13 8171 EA Vaassen
    Postadres: Vereniging BWT Nederland t.a.v. de Ledenadministratie Postbus 416
    6710 BK Ede
    tel.: 0318-438340
    fax: 0318-437653
    www.verenigingbwt.nl 

    Brand Veiligheid Inspecties
    BVI bv
    Brabantlaan 1
    4871 ZP Etten-Leur
    tel.: 076-578 09 49
    info@bvibv.nl

    CE-Markering

    Wat is de CE-markering en hoe is deze tot stand gekomen?

    De CE-markering is een 'paspoort' waarmee een product in elke lidstaat in de handel gebracht mag worden. De CE-markering betekent niet dat een product in de EER geproduceerd is, maar geeft enkel aan dat het product beoordeeld is voor het in de handel kwam en dus voldoet aan de wettelijke voorschriften van de EU.
    De CE-markering is enkel vereist voor die productgroepen die onderhevig zijn aan specifieke richtlijnen voor het verwerven van de CE-markering. De Bouwproductenrichtlijn (BPR) en de meer recente Bouwproductenverordening (BPV) hebben geleid tot de CE-markering voor bouwproducten en garanderen dat de bouwproducten voorzien zijn van betrouwbare informatie over hun prestaties. 

    Dit laatste gebeurt met behulp van uniforme beoordelingsmethodes van de prestaties van bouwproducten in een 'gemeenschappelijke technische taal'. Doorheen de jaren zijn deze methodes vastgelegd in geharmoniseerde Europese normen (hEN) en Europese beoordelingsdocumenten (EBD). De gemeenschappelijke technische taal dient toegepast te worden door: 

    - de fabrikanten voor de prestatieverklaring van hun producten,
    - de autoriteiten van de lidstaten voor het opstellen van hun voorschriften,
     - de gebruikers (architecten, ingenieurs, aannemers…) bij het kiezen van de producten die het meest geschikt zijn voor de beoogde toepassing in bouwwerken.

    Voor welke landen is de CE-markering vereist?

    De CE-markering is verplicht voor bepaalde productgroepen in de Europese Economische Ruimte (EER), te weten de lidstaten van de EU plus de EVA-landen IJsland, Zwitserland, Noorwegen en Liechtenstein.

    Is een product met de CE-markering altijd in de EU geproduceerd?

    Nee. De CE-markering geeft enkel aan dat voldaan is aan alle essentiële kenmerken bij het fabriceren van het product. De CE-markering geeft niet aan dat het product geproduceerd is in de Europese Unie en is dus geen bewijs van herkomst. Een product met de CE-markering kan dus waar dan ook ter wereld geproduceerd zijn.

    Is de CE-markering verplicht, en zo ja, voor welke producten?

    Ja, de CE-markering is verplicht voor die producten die onderhevig zijn aan één of meerdere 'Nieuwe aanpak'-richtlijnen. Bouwproducten vallen onder één van deze 'Nieuwe aanpak'-richtlijnen, namelijk Richtlijn 89/106/EEG van de Raad, die de regels voor de CE-markering geeft.

    De Richtlijn treedt in werking voor brandkleppen vanaf 01/09/2012, voor ontrokingskleppen vanaf 01/02/2013.

    Wat is het verschil tussen de CE-markering en andere merktekens en kunnen er andere merktekens op het product aangebracht worden als het voorzien is van de CE-markering?

    De CE-markering is het enige merkteken dat aangeeft dat voldaan is aan alle essentiële kenmerken van de Richtlijn met de regels voor de CE-markering.

    Een product mag voorzien worden van andere merktekens op voorwaarde dat ze niet dezelfde betekenis hebben als de CE-markering, dat ze niet verward kunnen worden met de CE-markering en dat ze de leesbaarheid en zichtbaarheid van de CE-markering niet belemmeren.

    Andere merktekens mogen dus enkel gebruikt worden als ze bijdragen tot een betere bescherming van de consument en niet reeds afgedekt zijn door de harmonisatiewetgeving van de Europese Unie.

    Zijn alle bouwproducten met CE-markering getest en goedgekeurd door autoriteiten?

    Enkel de producten die een risico voor het publiek met zich meebrengen moeten op conformiteit beoordeeld worden door een derde partij, m.a.w. een aangemelde instantie.

    Wat is de Bouwproductenrichtlijn (BPR) en wat heeft deze te maken met de CE-markering?

    De BPR heeft als doel het wegnemen van de technische belemmeringen voor de handel in bouwproducten tussen de landen van de Europese Economische Ruimte (EER). Om dit te bereiken voorziet de BPR in de volgende vier hoofdelementen:

    • een geharmoniseerd systeem voor technische specificaties (hEN),
    • een overeengekomen systeem voor conformiteitsattestering voor elke productgroep,
    • een netwerk van aangemelde instanties,
    • de CE-markering van producten

    De Richtlijn heeft niet als doel de nationale regelgevingen te harmoniseren: afnemers in de lidstaten en de publieke en private sector mogen hun eigen eisen stellen aan de kwaliteit van werkzaamheden en dus ook van producten. Wat de norm harmoniseert zijn de testmethodes, de methodes voor het declareren van productprestatiewaarden en de conformiteitsbeoordelingsmethode. Het selecteren van de vereiste waarden voor de beoogde toepassingen is aan de regelgevers in elke lidstaat.

    Wat is een ETA en hoe maakt het deel uit van de procedure voor de CE-markering?

    De BPR geeft waar mogelijk de voorkeur aan het opstellen van geharmoniseerde productnormen. Als er echter geen normen aangeleverd of opgesteld kunnen worden binnen een redelijke termijn of als een product te veel afwijkt van een norm, dan kan een Europese technische goedkeuring (ETA) opgesteld worden door de Europese organisatie voor technische goedkeuring (EOTA).

    ETA's mogen opgesteld worden overeenkomstig bepaalde richtlijnen (ETAGs) als meerdere fabrikanten van een bepaald product in verschillende landen hier behoefte aan hebben. Als slechts enkele fabrikanten in één of twee landen hier behoefte aan hebben, dan mogen ETA's opgesteld worden zonder richtlijnen.

    Een ETA is gedurende 5 jaar geldig.

    Wie houdt toezicht op het correcte gebruik van de CE-markering?

    Om een onpartijdig markttoezicht te garanderen, is de overheid in de verschillende lidstaten, in samenwerking met de Europese Commissie, verantwoordelijk voor het toezicht op de CE-markering.

    Welke sancties staan er op het vervalsen van de CE-markering?

    De procedures, maatregelen en sancties met betrekking tot het vervalsen van de CE-markering verschillen afhankelijk van het bestuursrecht en het strafrecht in de afzonderlijke lidstaten. Afhankelijk van de ernst van de overtreding kan de marktdeelnemer worden gestraft met een boete of, in sommige gevallen, gevangenisstraf. Wordt het product echter niet beschouwd als een onmiddellijk gevaar voor de veiligheid, dan kan de fabrikant een tweede kans krijgen om aan te tonen dat het aan de relevante wetgeving voldoet voordat hij verplicht wordt het product uit de handel te nemen.

    Wat moet er gedaan worden als de CE-markering misbruikt wordt?

    De CE-markering wordt soms aangebracht op producten die niet voldoen aan de basisvereisten en voorwaarden hiervoor of aan producten waarvoor het aanbrengen niet voorzien is.

    Er zijn procedures voorzien om te garanderen dat de CE-markering correct op de producten toegepast wordt. Het controleren van de producten met CE-markering is de verantwoordelijkheid van de overheid in de verschillende lidstaten, in samenwerking met de Europese Commissie. Burgers kunnen contact opnemen met de nationale markttoezichtsinstanties als ze misbruik van de CE-markering vermoeden of twijfels hebben over de veiligheid van een product.

    De procedures, maatregelen en sancties met betrekking tot het vervalsen van de CE-markering zijn vastgelegd in de betreffende nationale wetgeving van de lidstaten. Afhankelijk van de ernst van de overtreding kan de marktdeelnemer worden gestraft met een boete of, in sommige gevallen, gevangenisstraf.

    Welke gevolgen heeft het aanbrengen van de CE-markering voor de fabrikant/importeur/distributeur?

    Het is de verantwoordelijkheid van de fabrikant om te zorgen dat het product voldoet aan de eisen en voorzien is van de CE-markering. De importeur en de distributeur spelen echter ook een belangrijke rol om te garanderen dat enkel producten in de handel komen die voldoen aan de wettelijke voorschriften en voorzien zijn van de CE-markering. Dat is niet alleen goed voor het versterken van de EU-voorschriften op het gebied van de bescherming van gezondheid, veiligheid en milieu, maar het zorgt ook voor een eerlijke concurrentie, doordat alle partijen zich aan dezelfde regels moeten houden.

     - Als goederen in derde landen geproduceerd zijn en de fabrikant geen vertegenwoordiging heeft in de EER, dan moet de importeur zorgen dat het product dat hij in de handel brengt, voldoet aan de eisen die van toepassing zijn en geen risico vormt voor het Europese publiek. De importeur moet controleren of de fabrikant buiten de EU de benodigde stappen ondernomen heeft en of er documentatie beschikbaar is op aanvraag.

    De importeur moet dus volledig op de hoogte zijn van de betreffende richtlijnen en is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de nationale instanties als er zich problemen voordoen. De importeur moet een schriftelijke verklaring hebben van de fabrikant dat de benodigde documenten beschikbaar zullen zijn (zoals de Conformiteitsverklaring en technische documentatie) en hij moet deze desgevraagd kunnen voorleggen aan de nationale instanties. Verder moet de importeur ervoor zorgen dat er altijd contact opgenomen kan worden met de fabrikant.

    - Verderop in de toeleveringsketen heeft de distributeur een belangrijke rol om te garanderen dat enkel producten in de handel komen die voldoen aan de wettelijke voorschriften. Hij moet ervoor zorgen dat de producten niet zodanig door hem behandeld worden dat ze niet langer aan de eisen voldoen. De distributeur moet een goede basiskennis hebben van de wettelijke eisen – inclusief op welke producten de CE-markering aangebracht moet worden en welke documentatie erbij moet zitten – en moet producten die duidelijk niet aan de eisen voldoen kunnen herkennen. De distributeur moet bij de nationale autoriteiten kunnen aantonen dat hij zorgvuldig gehandeld heeft en moet een verklaring hebben van de fabrikant of de importeur dat alle noodzakelijke maatregelen genomen zijn. Verder moet de distributeur de nationale autoriteiten zo nodig kunnen bijstaan om de vereiste documentatie te verkrijgen.

    Als de importeur of de distributeur de producten onder eigen naam in de handel brengt, dan neemt hij daarmee de verantwoordelijkheden van de fabrikant over. In dat geval moet hij over voldoende informatie beschikken over het ontwerp en de productie van het product, aangezien hij het aanbrengen van de CE-markering de wettelijke verantwoordelijkheid op zich neemt.

    Wat is een conformiteitsverklaring en waar kan ik een exemplaar verkrijgen?

    Als een fabrikant eenmaal alle vereiste attesteringstaken heeft laten uitvoeren voor zijn product, dan moet hij een 'Conformiteitsverklaring' opstellen, die bij het technische dossier van het product gevoegd wordt. Voor brandkleppen hoort bij deze verklaring ook een productconformiteitscertificaat, afgegeven door de aangemelde certificatie-instantie.

    De CE-markering wordt aangebracht op het product, maar de conformiteitsverklaring en het conformiteitscertificaat hoeven enkel beschikbaar gesteld te worden door de fabrikant in geval van een uitdrukkelijk verzoek (bijvoorbeeld door de nationale markttoezichtsinstanties).

    Zie ook de toekomstige Prestatieverklaring onder de nieuwe Europese Verordening 305/2011.

    Is de CE-markering een kwaliteitskeurmerk?

    De CE-markering is geen kwaliteitskeurmerk. Het geeft enkel aan dat het product voldoet aan de regelgevingseisen. Kwaliteitskenmerken mogen echter wel naast de CE-markering aangebracht worden, op voorwaarde dat ze niet met elkaar verward kunnen worden.

    Vanaf wanneer is de CE-markering verplicht voor brandkleppen?

    Ingevolge de beschikbaarheid van de productnorm voor brandkleppen EN 15650:2010, heeft de Commissie de referentienummers bekendgemaakt in de 'C'-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie in augustus 2011.

    Fabrikanten in heel Europa kunnen de CE-markering beginnen aan te brengen vanaf 1 september 2011. Na deze datum start een co-existentieperiode, waarin het de fabrikanten vrij staat de nieuwe hEN's te gebruiken en de CE-markering aan te brengen enerzijds of de oude nationale normen aan te houden zonder CE-markering anderzijds.

    Na de co-existentieperiode moeten, vanaf 1 september 2012, tegenstrijdige nationale normen ingetrokken worden. Om de CE-markering te mogen aanbrengen na de co-existentieperiode moet de productie voldoen aan de geharmoniseerde technische specificaties.

    Welk conformiteitsattesteringssysteem is van toepassing voor brandkleppen?

    De mate van betrokkenheid van derden voor het beoordelen van de conformiteit van het product overeenkomstig de betreffende technische specificaties bepaalt welk attesteringssysteem geldt.

    Het attesteringssysteem is voor elke productgroep door de lidstaten en de Commissie samen beslist op basis van de impact van het product op de gezondheid en veiligheid en op basis van de specifieke aard en het productieproces van het product zelf.

    Er zijn onder de BPR zes verschillende attesteringssystemen. Brandkleppen vallen onder Systeem 1, productconformiteitscertificaat zonder controleproeven, waarbij:

    - de fabrikant het volgende uitvoert:
    - de productiecontrole in de fabriek,
    - verdere tests van door de fabrikant in de fabriek genomen monsters overeenkomstig het voorgeschreven testprogramma.
    - de aangemelde productcertificatie-instantie verstrekt het conformiteitscertificaat van het product op basis van:
    - bepaling van het producttype op grond van typeonderzoek (inclusief bemonstering), typeberekening, tabelwaarden of een beschrijvende documentatie van het product,
    - initiële inspectie van de productie-installatie en van de productiecontrole in de fabriek,
    - permanente bewaking, beoordeling en evaluatie van de productiecontrole in de fabriek.

    Hoe moet de CE-markering op het product aangebracht worden?

    Het aanbrengen van de CE-markering is de verantwoordelijkheid van de fabrikant of zijn vertegenwoordiger of gemachtigde binnen de EER. De manier waarop de CE-markering behandeld moet worden voor een specifiek product is vastgesteld in de technische specificaties.

    De CE-markering voor brandkleppen moet op het CE-markeringsetiket aangebracht worden, dat vervolgens op het product zelf wordt bevestigd. Het CE-markeringssymbool moet ook aanwezig zijn op een specifiek document dat bij het product gevoegd wordt, met aanvullende informatie over alle gereguleerde kenmerken.

    Een van de belangrijkste aspecten van de CE-markering is dat het technische informatie in de vorm van gedeclareerde waarden bevat. Indien minimum- of maximumwaarden vastgesteld zijn in de normen zelf, hoeven deze niet herhaald te worden in de CE-markering. Zo mogen ook prestatieklassen worden vermeld bij de CE-markering, met de verklaring voor de klassen die in de norm voorkomen.

    De CE-markering is dus in feite een geharmoniseerde technische datasheet. Samen met de norm geeft het alle benodigde informatie voor ieder die specificaties en regels opstelt om te kunnen beoordelen of een product geschikt is voor een specifieke toepassing in het land van verkoop overeenkomstig de daar geldende regels.

    Zie ook de toekomstige Prestatieverklaring onder de nieuwe Europese verordening 305/2011.

    Wat zijn de gevolgen van de recente EU-verordening nr. 305/2011 voor bouwproducten?

    De Bouwproductenverordening (305/2011/EU - BPV) die de Bouwproductenrichtlijn (89/106/EEG – BPR) vervangt, is op 9 maart 2011 aangenomen. Deze heeft als doel:

    - duidelijkheid over de basisprincipes en over het gebruik van de CE-markering voor bouwproducten,
    - vereenvoudiging van de procedures, om zodoende de kosten voor ondernemingen terug te brengen, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen, - meer geloofwaardigheid voor het hele systeem.

    De BPV is reeds in werking getreden. Het merendeel van de belangrijkste artikelen geldt echter pas vanaf 1 juli 2013. Tot die tijd blijft de BPR daarom van toepassing. De delen van de BPV die reeds gelden, zijn vooral gericht op de verklarings- en toekenningsprocedures van de Aangemelde instanties (AI's) en de Technische beoordelingsinstanties (TBI's).

    In tegenstelling tot een richtlijn, is een verordening direct van toepassing in de lokale wetgeving. Een van de belangrijkste gevolgen van de nieuwe Verordening is de CE-markering verplicht te stellen, op het moment van het in de handel brengen, voor fabrikanten van bouwproducten in 4 lidstaten, te weten het Verenigd-Koninkrijk, Ierland, Zweden en Finland. Zo worden deze lidstaten op één lijn gebracht met de rest van de EU, waar de CE-markering reeds vereist is.

    De BPV introduceert nieuwe begrippen zoals de Prestatieverklaring (vervangt de conformiteitsverklaring) en het Prestatiebestendigheidscertificaat (vervangt het conformiteitscertificaat).

    Wat is een Prestatieverklaring (DoP) en waarin verschilt het van de Conformiteitsverklaring (DoC)?

    De Prestatieverklaring (DoP) is een sleutelbegrip in de recente Bouwproductenverordening (BPV) 305/2011. De Prestatieverklaring biedt de fabrikant de mogelijkheid om informatie te geven over de essentiële kenmerken van zijn product dat hij in de handel wil brengen.

    De fabrikant moet een Prestatieverklaring opstellen als een product dat onderworpen is aan een geharmoniseerde norm (hEN) of een Europese technische goedkeuring (ETA) in de handel gebracht wordt. Met het opstellen van deze Prestatieverklaring, verklaart de fabrikant zich verantwoordelijk voor de conformiteit van het bouwproduct met de gedeclareerde prestaties.

    Op basis van de informatie in de Prestatieverklaring, kan de gebruiker tot een keuze komen, uit alle producten die op de markt beschikbaar zijn, voor de aankoop van het product dat geschikt is voor de toepassing waarvoor het moet dienen en neemt hij de volledige verantwoordelijkheid voor de beslissing op zich.

    De Prestatieverklaring is zodoende cruciaal voor het functioneren van de interne bouwproductenhandel doordat het de nodige transparantie biedt en doordat het duidelijk de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen aangeeft.
    De minimale hoeveelheid informatie die de fabrikant verplicht is te voorzien, is herzien ten opzichte van de huidige situatie onder de Bouwproductenrichtlijn (BPR). De fabrikant moet een verklaring afgeven voor: - de beoogde toepassing(en) van het product en - ten minste één van de betreffende essentiële kenmerken die relevant zijn voor de aangegeven beoogde toepassing(en).

    De Prestatieverklaring verschilt hierin van de huidige Conformiteitsverklaring dat het duidelijk de productprestaties uitdrukt voor wat betreft de essentiële kenmerken vastgelegd in de betreffende hEN.
    De CE-markering sluit aan op de Prestatieverklaring en geeft aan dat de fabrikant alle procedures die van toepassing zijn voor het opstellen van de Prestatieverklaring strikt nageleefd heeft en dat de Prestatieverklaring dus accuraat en betrouwbaar is.

    Een exemplaar van de Prestatieverklaring van het product moet op papier of in elektronisch vorm verstrekt worden in de taal of talen die de lidstaat, waar het product in de handel komt, voorschrijft. Het exemplaar van de Prestatieverklaring mag beschikbaar gesteld worden via een website, al zijn de voorwaarden hiervoor nog niet vastgesteld ten tijde van het opstellen van dit document. Een papieren exemplaar van de Prestatieverklaring moet ook verstrekt kunnen worden als de ontvanger dit wenst.

    Producten

    Beschikt Rf-t over een brandwerend rooster voor toepassing buitenshuis?

    Neen. Door hun samenstelling zijn brandwerende roosters enkel geschikt voor binnen toepassingen. 

    Bestaat er een toepassing om een Rf-t product te selecteren op basis van hun technische kenmerken (aeraulisch en akoestisch)?

    Voor brand- en vlinderkleppen en voor brandwerende doorvoerroosters kan dit met behulp van de Rf-Select applicatie. Deze kan u downloaden in de partnerzone op onze website.
    Voor ontrokingsproducten kan u gebruik maken van de webapplicatie www.logi-K.fr. Deze is momenteel enkel in het Frans beschikbaar.

    Heeft Rf-Technologies kleppen voor speciale omgevingen?

    Rf-Technologies heeft verschillende kleppen die in aanmerking komen voor omgevingen met speciale vereisten:

    • voor omgevingen waarin de klep onderhevig kan zijn aan dampen, zuren of vochtigheid (bv. zwembaden), kan de klep voorzien worden van een corrosie-werende epoxylaag;
    • voor omgevingen met hoog ontploffingsrisico kan de CU2 klep voorzien worden van explosievrije mechanismen (ATEX-gekeurd)
    • voor omgevingen waarin er gewerkt wordt in hoge omgevingsdruk is er de CU2-15 klep die geschikt is voor omgevingsdruk tot 1500 Pa.

    Heeft Rf-Technologies ronde brandkleppen met een diameter groter dan 630mm?

    De grootste beschikbare afmeting van onze ronde brandkleppen is 630mm. Voor aansluiting op kanalen met een grotere diameter, raden wij u een verlengde CU2 (CU2L) klep aan met een ronde aansluiting (PR).

    Hoe kan ik een klep met een servomotor die dichtgeslagen is terug openzetten?

    Raadpleeg voor het product dat u interesseert de gedetailleerde en complete informatie in het onderdeel “mechanisme” op onze website.

    Hoe moet een brandklep onderhouden worden?

    Al onze brandkleppen zijn in principe onderhoudsvrij. Toch raden wij aan om de goede werking van de brandklep 2 maal per jaar te controleren.

    Hoeveel bedieningsmechanismen zitten er in een batterijmontage?

    Een batterijmontage is een samenstelling van meerdere kleppen met een maximum van 4 deelkleppen. Een batterijmontage is een oplossing voor grote installaties als de bestaande brandkleppen niet voldoende groot zijn. In een batterijmontage heeft elke deelklep een mechaniek. Alle mechanieken van een batterijmontage zijn van hetzelfde type.

    Ik heb een brandklep met een smeltlood mechanisme. Kan ik het mechanisme vervangen door een gemotoriseerd mechanisme?

    Ja. Dit kan d.m.v. één van onze kits. Raadpleeg voor het product dat u interesseert de gedetailleerde en complete informatie in het onderdeel “mechanisme” op onze website.

    Ik moet een HVAC systeem leveren met luchtdichtheidsklasse C of D. Bestaan de Rf-t brandkleppen in deze luchtdichtheidsklassen?

    Ja, Rf-t kleppen zijn leverbaar met luchtdichtheidsklasse C volgens EN 1751. Dit komt overeen met de klasses C/D voor kanalen. De luchtdichte montage van kanaal/klep dient ook bijzondere aandacht te krijgen.

    Kan een manchet gebruikt worden om een ventilatiekanaal brandwerend af te dichten?

    Neen, de testnorm EN 1366-3 voor manchetten sluit deze toepassing expliciet uit.

    Kan een smeltlood op een brandklep vervangen worden?

    Ja. Dit kan op een eenvoudige manier, zonder dat de kanalen gedemonteerd hoeven te worden. Raadpleeg voor het product dat u interesseert de gedetailleerde en complete informatie in het onderdeel “mechanisme” op onze website.

    Mag een brandwerend rooster in België geplaatst worden op het uiteinde van een ventilatiekanaal?

    Neen. Volgens de Europese wetgeving zijn de brandwerende roosters bestemd voor de natuurlijke ventilatie van de lokalen en mogen ze in geen geval gebruikt worden voor systemen met mechanische ventilatie. Concreet betekent dit dat een brandrooster niet geïnstalleerd mag worden in een mechanisch geventileerde koker. Op deze plaats voldoet alleen een brandklep aan de vereisten, bijvoorbeeld die qua omgevingsdruk.

    Mag een brandwerend ventilatierooster geplaatst worden in een ventilatiekanaal (aangedreven met een ventilator)?

    Brandwerende ventilatieroosters mogen geplaatst worden in wanden, plafonds, vloeren en deuren, maar niet in een ventilatiekanaal aangedreven door een ventilator, gezien de brandveiligheid niet kan gegarandeerd worden vanuit een brand-technisch oogpunt.
    Volgens de Europese wetgeving zijn de brandwerende roosters bestemd voor de natuurlijke ventilatie van de lokalen en mogen ze in geen geval gebruikt worden voor systemen met mechanische ventilatie. Concreet betekent dit dat een brandrooster niet geïnstalleerd mag worden in een mechanisch geventileerde koker. Op deze plaats voldoet alleen een brandklep aan de vereisten, bijvoorbeeld die qua omgevingsdruk.

    Mag een klep gedraaid worden?

    De klepas mag enkel gedraaid worden als ze zo getest werden volgens EN 1366-2. De meeste kleppen van Rf-t kunnen in beide richtingen geïnstalleerd worden. Raadpleeg altijd de installatievoorschriften.

    Mag een rooster 90° gedraaid worden?

    Neen. De lamellen met het opzwellende materiaal bevinden zich horizontaal. Er zijn geen testrapporten beschikbaar voor opstellingen waarbij het rooster geplaatst is met de lamellen verticaal geplaatst.

    Mag ik een brandklep met brandwerende steenwolplaten afdichten?

    Dat kan als de brandkleppen hiervoor over een classificatie beschikken. Rf-Technologies biedt 5 brandkleppen aan die op deze wijze afgedicht mogen worden. Raadpleeg altijd de installatievoorschriften.

    Mag ik één enkele MG2-A gebruiken om de gewenste brandweerstand te bereiken?

    Deze installatie is goedgekeurd door de behaalde test- en classificatie rapporten voor horizontale montage (vloeren). Een enkele MG2-A manchet, opgebouwd onderaan de vloerplaat, volstaat om de gewenste brandweerstand te bereiken.

    Mag ik gebruik maken van een flexibele aansluiting tussen een Rf-t brandklep en een kanaal en wanneer is het aanbevolen?

    De Rf-t brandkleppen zijn getest volgens de Europese norm EN 1366-2. Deze norm bepaalt het testprogramma en de voorwaarden om de brandweerstand voor een bepaalde tijdspanne (30, 60, 90, 120', ...) bij een specifieke negatieve druk (300, 500, 1500 Pa) te meten. Hetzelfde geldt voor elk onderdeel van een HVAC-systeem. Deze aanpak heeft als doel om de prestaties van elke component in het systeem te controleren op basis van parameters die eigen zijn aan dat onderdeel. Kanalen bijvoorbeeld worden getest overeenkomstig EN 1366-1.
    De interactie tussen de verschillende componenten is niet gedekt door de Europese normen. Dit wordt geregeld door lokale beste praktijken of richtlijnen. Een flexibele aansluiting tussen een klep en een kanaal is een dergelijk element van interactie dat niet is opgenomen in de test opstelling voor een brandklep.
    Een flexibele aansluiting kan nuttig zijn om brandkleppen in flexibele wanden te installeren: bij brand zal een metal stud wand gemakkelijk buigen en een starre aansluiting zou kunnen inwerken op de correcte afdichting van de brandklep. Voor een klep in een betonnen wand met mortel afdichting daarentegen is een flexibele aansluiting minder zinvol omdat deze wand weinig risico heeft om te vervormen.
    Brandklep fabrikanten zijn vrij om hun producten met flexibele aansluiting te testen. Indien een fabrikant hier tijdens de testen voor kiest, mag de geteste klep vervolgens nooit zonder deze flexibele aansluiting geplaatst worden. Anders is de installatie niet conform aan de classificaties en Prestatieverklaring.
    Indien een brandklep zonder flexibele aansluiting wordt getest integendeel, heeft het studiebureau (of de installateur) de vrijheid om een flexibele aansluiting voor te schrijven (resp. toe te passen) voor specifieke situaties waar het veiliger wordt geacht (namelijk metal stud wanden). Dit is het geval voor Rf-t brandkleppen.

    Moet ik bij een servomotor de thermische zekering vervangen wanneer de klep is dichtgeslagen door het overschrijden van de temperatuur van 72°C in het luchtkanaal?

    Als de temperatuur in het luchtkanaal 72°C overschrijdt, dan onderbreekt de (thermo-elektrische) zekering de voedingsspanningen en wordt de klep gesloten. De thermo-elektrische zekering moet worden vervangen maar de servomotor mag blijven zitten. De vervanging van de thermische zekering kan eenvoudig gebeuren aan de hand van een kit. 

    Moeten brandkleppen altijd vervangen worden na een brand?

    Ja. De opzwellende bestanddelen van een brandklep kunnen immers niet naar hun oorspronkelijke toestand worden teruggebracht.

    Rf-t verwijst naar de flexibele wandtypes GKB en GKF. Waar betekenen deze afkortingen?

    Deze twee afkortingen beschrijven het type gipskartonnen platen die kunnen worden gebruikt om een lichte wand met metal studs te bekleden. "GKB" wijst op standaard gips platen (type A volgens EN 520); "GKF" platen bieden een hogere weerstand tegen brand voor gelijke plaatdiktes (type F volgens EN 520).

    Volstaat brandwerend schuim BAP om brandwerend af te dichten?

    Het brandwerend schuim BAP kan worden gebruikt om uitzetvoegen af te dichten conform de installatievoorschriften, maar er is geen proefattest beschikbaar voor het afdichten van brandkleppen of brandwerende manchetten.

    Waar kan ik de elektrische aansluitingsschema's voor de servomotoren vinden?

    Raadpleeg voor het product dat u interesseert de gedetailleerde en complete informatie in het onderdeel “mechanisme” op onze website. U kunt de elektrische aansluitingsschema’s ook terugvinden in de installatievoorschriften die bij elk product worden meegeleverd.

    Waar kan ik de inbouwmaat/sparingsmaat voor de Rf-t producten vinden?

    U kunt de inbouwmaat/sparingsmaat voor elk product en voor elk type wand terugvinden in de gedetailleerde productbrochures en op onze website in het onderdeel “installatie” van het product dat u interesseert.

    Wat is de ideale luchtsnelheid in een klep?

    De ideale snelheid in een klep is 4 à 5m/s. Hoe hoger de snelheid, hoe groter het drukverlies en hoe groter het geluidsvermogen (door de aanwezigheid van het klepblad in de kleptunnel).

    Wat is een batterijmontage van brandkleppen en mag ik eender welke klep in batterij installeren?

    Een batterijmontage is een samenstelling van meerdere brandkleppen. Deze montage is enkel toegelaten als dit zo werd getest volgens EN 1366-2.
    Dankzij deze manier van monteren kunnen kanalen die groter zijn dan de grootste beschikbare maat van individuele brandkleppen ook aangesloten worden.

    Wat is een SC0?

    Een SC0 is een vlamdichte vlinderklep die enkel aan de criteria E en S voldoet en niet aan het I-criterium voor thermische isolatie. Het product voorkomt dat vlammen en rook zich verspreiden gedurende minstens 120 minuten. 

    Welke producten mogen in België in een ventilatiekanaal geplaatst worden?

    In België is het gebruik van een brandwerende klep vereist waar een ventilatiekanaal (ongeacht welke afmetingen) een compartimentswand doorkruist.
    De vlinderkleppen van Rf-Technologies voldoen ook aan de Belgische richtlijnen, in al hun beschikbare diameters, indien er geen branddetectiecentrale aanwezig is.

    Zijn tussenmaten van jullie producten mogelijk en waar kan ik hiervoor de prijzen terugvinden?

    Tussenmaten van bepaalde producten zijn mogelijk op aanvraag en mits meerprijs.
    De meerprijzen voor deze tussenmaten kunt u terugvinden op de inleidingspagina's van onze catalogus.

    Bestaan er richtlijnen voor het onderhoud van de Rf-t brandkeppen?

    Algemene instructies voor het onderhoud van onze brandkleppen zijn samengevat in dit document.

    Hoe werkt een eenvoudig smeltloodmechanisme?

    Bij dit soort bedieningsmechanisme ontgrendelt het klepblad van de brandklep automatisch als de temperatuur in het kanaal een bepaalde temperatuur overschrijdt. Standaard is dit 72°C.

    Door de temperatuurstijging smelt het lood en springt het smeltlood open. De inwendige torsieveer wordt hierdoor ontspannen en het klepblad sluit zich. 

    De goede werking van de brandklep met smeltloodmechanisme kan periodiek worden getest d.m.v. een manuele ontgrendeling en een manuele herwapening. Door een eindeloopschakelaar op het mechanisme aan te brengen kan gecontroleerd worden of de brandklep open of dicht is. 

    Eens gesmolten, dient het smeltlood vervangen te worden.

    Hoe werkt een vanop afstand gestuurd bedieningsmechanisme?

    Bij dit soort bedieningsmechanisme ontgrendelt het klepblad van de brandklep afstandsgestuurd door een stroomimpuls of een stroomonderbreking naar de magneet, of automatisch door het doorsmelten van een thermische zekering bij een temperatuur hoger dan 72°C in het kanaal. Bij de ontgrendeling sluit het klepblad zich.

    Met een eindeloop- en beginloopschakelaar kan de open of gesloten stand van de klep gecontroleerd worden.

    De herwapening van de brandklep gebeurt manueel of met de (optionele) herwapeningsmotor. 

    Hoe werkt een gemotoriseerd bedieningsmechanisme?

    Bij dit soort bedieningsmechanisme opent een servomotor het klepblad bij het aanbrengen van de voedingsspanning (open positie = wachtstand).
    Bij het onderbreken van de voedingsspanning wordt de klep gesloten door een inwendige torsieveer (gesloten positie = veiligheidspositie).

    Een gemotoriseerd bedieningsmechanisme kan worden uitgerust met een thermo-elektrische zekering die de voedingsspanning onderbreekt als de temperatuur in het luchtkanaal 72°C overstijgt.

    Veerteruggangmotor ONE

    Waar staan ‘FDCU’ en ‘FDCB’ voor?

    ‘FDCU*’ slaat op een enkele set van begin- en eindeloopcontacten. Deze lopen meestal naar een relais of een (brand)beheersysteem en geven de stand van het klepblad weer.
    ‘FDCB**’ slaat op een dubbele set begin- en eindeloopcontacten en wordt gebruikt om bijv. rechtstreeks de ventilator aan te sturen en doormelding naar een (brand)beheersysteem.

    *FDCU staat voor ‘Fin et Début de Course Unipolaire’

    **FDCB staat voor ‘Fin et Début de Course Bipolaire’

    Ik heb een ONE-T FDCU besteld, maar heb eigenlijk 2 sets contacten nodig. Bestaat hiervoor een kit die ik op of in de actuator kan plaatsen?

    Neen. Om de hoge IP54 waarde te garanderen kan de ONE-actuator niet geopend worden door derden. De actuator moet vervangen worden door een variant met een geïntegreerde dubbele set contacten. 

    Eén van de kabels is beschadigd. Kan ik deze vervangen?

    Neen, dit is niet het geval. Om een veilige werking te kunnen garanderen, dient de volledige actuator vervangen te worden. 
    De garantie die Rf-t biedt, is niet van toepassing op een beschadigde actuator.

    Wordt bij manueel herwapen de batterij op haar plaats gehouden door de rubberen sluitdop?

    Soms, maar dit is niet het doel van deze kap. De batterij moet in de meeste gevallen met de hand aangedrukt worden op de contacten.

    Moet ik rekening houden met de polariteit van de batterij wanneer ik deze in de actuator plaats?

    Neen, de batterij kan in het aansluitcompartiment geplaatst worden zonder rekening te houden met de polariteit van de batterij. Electronica op de print vangt dit op voor uw gebruiksgemak.

    Werkt de brandklep al ingeval van brand, als de actuator nog niet op de voeding aangesloten is?

    Ja. Om deze bijkomende veiligheid te kunnen garanderen heeft Rf-t gekozen voor een mechanisch i.p.v. een thermo-elektrische zekering.
    Opmerking: dit geldt niet voor een brand buiten het kanaal. De thermische zekering die in de behuizing van de ONE zit om een eventuele brand buiten het kanaal te detecteren, werkt elektronisch.

    Levert Rf-t een 9V-batterij mee?

    Neen. Deze batterijen zijn vlot verkrijgbaar in detail- en vakhandel.

    Kan ik het smeltlood zonder gereedschap vervangen?

    Ja, de smeltloodhouder wordt op zijn plaats gehouden door een clip. Door deze met een vinger in te drukken, komt de smeltloodhouder los en kan deze verwijderd en vervangen worden.

    De brandklep is aangesloten op de voeding. Ik heb de brandklep manueel getest (door op de testknop te drukken), maar ze opent niet wanneer ze naar ‘open’ aangestuurd wordt door het beheersysteem. Is dit normaal?

    Ja. Bij manueel testen, moet de actuator weer geactiveerd worden. Daarvoor moet een 9V-batterij kort tegen de contacten ih batterijcompartiment gehouden worden. Daarna neemt de permanente voeding over en brengt het klepblad volledig naar de wachtpositie (open).

    Bij manuele herwapening hoor ik na verloop van tijd een tikkend geluid. Is dit normaal?

    Ja. Na ongeveer 30° draaien van het klepblad, loopt een pal over een tandwiel. Deze pal houdt het klepblad in haar positie mocht tijdens het herwapenen de stroom wegvallen. Als de batterij weggenomen wordt vooraleer de positie van 30° bereikt werd, zal de klep weer volledig sluiten.

    Is de batterij altijd nodig?

    Neen, enkel bij manueel testen, testen wanneer er nog geen spanning op de klep zit of wanneer de aangesloten klep manueel gesloten werd.
    (In dit geval kort contact maken met de batterij. De voeding van de motor neemt erna over).

    Kan ik de opening van het smeltlood gebruiken voor een visuele inspectie van het klepblad?

    Het smeltlood kan eenvoudig tijdelijk weggenomen worden, waardoor inspectie dmw een endoscoop (INSPECAM) kan uitgevoerd worden.

    Hebben we toegang tot de opgeslagen gegevens op de microprocessor?

    Neen, deze informatie is enkel bedoeld voor evaluatie en probleemanalyse door de dienst na verkoop van Rf-Technologies in geval van een defect. 

    De LED-lamp geeft verschillende indicaties door verschillende aan/uit intervals. Wat betekenen die?

    • Tijdens een manuele herwapening:
      Als de LED snel knippert (3x/sec), dan dient een nieuwe batterij gebruikt te worden (batterij is leeg). Een traag knipperende LED (1x/sec), betekent dat de wapening bezig is. Wanneer de ONE voedingsspanning detecteert op de voedingskabel, volstaat het om de batterij korte tijd aan te leggen om het wapenen te starten.
    • Een continu oplichtende LED, betekent dat de wapening voltooid is en spanning aanwezig is.
    • De behuizing van het mechanisme bevat een temperatuursensor. Wanneer de temperatuur in de behuizing 72°C bereikt, wordt het mechanisme ontgrendeld. De LED knippert 2 keer per seconde. Wanneer de temperatuur terug onder 72°C gaat, kan het mechanisme enkel terug gemotoriseerd gewapend worden, wanneer er eerst een manuele herwapening gebeurt (met batterij).

    Rf-Technologies

    Doet Rf-t interventies in geval van een technisch probleem?

    Als blijkt dat één van onze producten ondanks onze rigoureuze interne controle toch een kwaliteitsprobleem zou hebben, dan kan er mits afspraak een interventie door Rft uitgevoerd worden. De termijn van een dergelijke interventie wordt geval per geval bekeken.

    Ik heb dringend een klein aantal brandkleppen nodig: hoe snel kunt u deze leveren?

    Express bestellingen geboekt vóór 11u zijn beschikbaar (afhaling fabriek) binnen:

    - 24 u voor CR2, CR60, CR120
    - 48 u voor CU2, CU-LT, CU-LT-1s

    Prijs: toeslag van 10% op het totaalbedrag van de bestelling Neemt Rf-t producten terug? Kan een bestelling geannule

    Neemt Rf-t producten terug? Kan een bestelling geannuleerd worden?

    Aanvragen van eventuele terugnames dienen geadresseerd worden aan de Klantendienst (info@rft.be).

    Een bestelling annuleren brengt kosten mee. De voorwaarden van annulering vindt u in onze catalogus.

    Neemt Rf-Technologies geleverde goederen terug?

    Bestelde en geleverde goederen worden niet teruggenomen. Neem hiervoor contact op met uw verkoopsverantwoordelijke.

    Waar kan ik Rf-t producten bestellen?

    U kunt contact opnemen met onze Klantendienst, direct via mail (info@rft.be) of per telefoon als u hulp wenst bij het selecteren van producten.

    De Rf-t producten zijn in België ook verkrijgbaar via resellers. Contacteer ons via mail (info@rft.be) voor meer informatie over onze dealers in België en het buitenland.

    Waar vind ik een prijslijst van Rf-t producten ?

    De Rf-t cataloog bevat bruto prijzen van onze producten. Het is beschikbaar in PDF formaat onder het menu 'documenten' bij elk product. Een prijslijst in Excel formaat is daar ook beschikbaar.

    Welke garantieperiode biedt Rf-t op haar producten?

    De wettelijke garantie op producten is één (1) jaar en gaat in op de dag dat de producten in de fabriek ter beschikking worden gesteld.

    Deze garantie is beperkt tot de vervanging of de herstelling door onze diensten van het vastgestelde defecte onderdeel.

    Onze Algemene Verkoopsvoorwaarden kunt u raadplegen in onze catalogus en op onze website.

    Het antwoord op uw vraag niet gevonden?

    Contacteer ons